![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
____________________________________________________________________
Maarten’s verhaal
‘Vroeg in de ochtend van 14 juni 2001 kwam ik in Göteborg aan met de boot. Ik besloot om de nacht verder door te brengen in de Hvidfeldska school omdat daar de leden van de Nederlandse kookgroep ‘Rampenplan’ verbleven. Ik ken een aantal van deze mensen en ik had gehoord dat deze plek door de gemeente was aangewezen als slaapplaats voor de demonstranten. Toen ik om ongeveer half 11 wakker werd was de school omsingeld door de politie. Het was volkomen onduidelijk waarom, omdat er tot op dat moment geen ongeregeldheden in de stad hadden plaatsgevonden. De politie weigerde mededelingen te doen behalve dat niemand de omsingeling mocht verlaten. Na verloop van tijd werden er zeecontainers om de school heen geplaatst die de politieomsingeling vervingen. In de loop van de middag ontstond er op het schoolplein een vergadering waarin werd besloten om als groep op een geweldloze manier naar buiten te lopen. De politie reageerde op deze geweldloze ‘uitbraakactie’ door met stalen knuppels op ons in te slaan, en ons met charges op paarden terug te drijven. Voorzover mogelijk was trokken we ons terug in de school, daarbij werden enkele stenen gegooid. Ik kreeg van deze gebeurtenissen weinig mee, want ik was betrekkelijk snel in de school terug. De verwachting was dat iedereen in de school zou worden gearresteerd. Op verschillende momenten vertrokken er kleine groepjes mensen uit de school om zich over te geven of om over de omheining te klimmen. Toen om 20:50 uur het gerucht ging dat de politie de school om 21:00 uur binnen zou vallen besloot ik mee te gaan met (achteraf gezien de laatste) groep die de school zou verlaten. Ik liep mee naar de containers en klom erop. Eenmaal boven hielp ik anderen de containers op. Na verloop van tijd werd ik door een agent gesommeerd aan de binnenkant van de omheining naar beneden te springen. Toen ik me naar die kant begaf om naar beneden te klimmen kreeg ik een duw in mijn rug van de agent en viel van de container. Beneden sprongen er meteen ongeveer 4 agenten boven op me. Mijn hoofd werd hardhandig tegen de grond geduwd en ze ‘stampten’ op mijn knieën en voeten. Ik kreeg (in het Engels) te horen dat ze me dood zouden maken als ik zou bewegen. Ze lieten me ongeveer een half uur zo liggen. Daarna werd ik afgevoerd naar een bus die aan de voorkant van de school stond en samen met anderen naar het hoofdbureau van politie gebracht. Daar moesten we de rest van de nacht met tie-rips (plastic handboeien) om in de bussen blijven zitten. De volgende dag, 15 juni 2001, werden de meeste arrestanten uit de bussen gehaald en vrij gelaten. Ik bleef als een van de weinigen achter. Ik werd naar binnen gebracht waar een politieagent in burgerkleding me vertelde dat ik gedeporteerd zou worden. Op mijn vraag waarom antwoordde hij dat ik naar Göteborg gekomen zou zijn om voor problemen te zorgen. Op mijn tegenwerping dat dat niet waar was zei hij dat het niet uitmaakte en dat ik toch zou worden uitgezet naar Nederland. Hierop werd ik naar een deportatiecentrum overgebracht waar ik de nacht doorbracht. Op 16 juni 2001 werd ik via Hamburg naar Schiphol gevlogen. In Amsterdam aangekomen zeiden ze me dat ik vrij was om te gaan. Ik besloot om een klacht in te dienen omdat ik zonder enige reden in de school vastgehouden was en vervolgens gedeporteerd, terwijl anderen in dezelfde situatie de volgende ochtend weer vrij waren gelaten. Als reactie op de klacht volgde een brief dat mijn klacht niet in behandeling werd genomen. Iets later kreeg ik een boodschap van de Zweedse organisatie die arrestanten tijdens de Eurotop had ondersteund dat ik verdacht werd van een strafbaar feit, namelijk ‘deelname aan een gewelddadige rel’ (våldsam uplopp), en het plegen van geweld tegen een agent. Voor het schuldig zijn aan våldsam uplopp hoeft geen sprake te zijn van het persoonlijke plegen van een strafbaar feit. Het gaat erom aanwezig te zijn op een tijdstip en plaats waar ongeregeldheden plaats vinden. In Nederland bestaat er geen vergelijkbaar strafbaar feit. Via de steungroep in Zweden ontving ik de aanklacht. Ik liet hem vertalen en het bleek absoluut onwaar te zijn. Ik zou met een grote stok op de container geklommen zijn om vervolgens een agent met kracht op de achterkant van zijn hoofd hebben geslagen. Uit videobeelden die ik heb verzameld blijkt dat dit onzin is. Er is duidelijk op te zien dat ik alleen bezig ben geweest met het helpen van andere mensen om op de container te komen. Ik had geen stok en ik heb niemand geslagen. De Zweedse advocaat die met behulp van de Zweedse steungroep was georganiseerd heeft echter een groot aantal zaken gedaan die te maken hebben met de Eurotop en waarschuwde dat het bewijzen van je onschuld niet vanzelfsprekend tot vrijspraak leidt in de rechtbank van Göteborg. Er zijn al veel mensen tot hoge celstraffen veroordeeld tegen wie er nauwelijks tot geen bewijs was. Uit Zweden kwamen er berichten dat alle zaken van buitenlanders zouden worden overgedragen aan justitie van het land van herkomst van de verdachten. Aan Noorwegen en Duitsland zijn alle zaken op dit moment ook al overgedragen. Waarom dat met mijn zaak nog niet is gebeurt weet ik niet, maar ik hoop wel dat dit nog gebeurt. In een eerlijk proces in Zweden heb ik weinig vertrouwen.’
|