____________________________________________________________________
 

Kort verslag van de uitleveringszaak tegen Maarten

Gisteren, 12 augustus, werd het verzoek van Zweden om de Amsterdammer Maarten Blok uit te leveren behandeld door de Amsterdamse rechtbank Zweden vraagt om de uitlevering van Maarten omdat zij hem er van verdenken tijdens de Eurotop van juni 2001 in het Zweedse Götenborg een agent op zijn hoofd te hebben geslagen. Maarten heeft dit altijd ontkend.

Volgens officier van Justitie Ang (dezelfde als in de Juanra zaak) was het een vrij eenvoudige zaak. Zweden is een democratisch land dat bekend staat om zijn goede mensenrechtensituatie; er is dus geen enkele reden om aan te nemen dat Maarten geen eerlijk proces krijgt. Over de bewijslast tegen Maarten dient niet in de Nederlandse rechtzaal te worden gepraat, dat moet aan de Zweden zelf worden overgelaten.

Maarten’s advocaat, Victor Koppe, was daarentegen van mening dat de Amsterdamse rechtbank wel degelijk ook naar de bewijslast moest kijken (die nogal mager is). Daarnaast wees hij op bijvoorbeeld rapporten van Amnesty Internationaal en een Zweedse overheidscommissie die kritisch waren over het gedrag van de Zweden tijdens de top en de processen daarna. Ook vroeg hij zich af of de tijd die Maarten in Zweden in voorarrest zou moeten zitten (waarschijnlijk enkele maanden) wel in verhouding zou staan met een mogelijke straf van, volgens Koppe, enkele weken. Verder vond hij het merkwaardig dat Nederland zo makkelijk eigen onderdanen uitlevert terwijl bijvoorbeeld Duitsland en Noorwegen landgenoten die werden gearresteerd in Götenborg in eigen land veroordeelden.

Ang wist overigens nog wel te melden dat mocht Maarten schuldig worden bevonden, hij zijn straf uit kan zitten in Nederland.

Zo’n 75 mensen luisterden voorafgaande aan de rechtzaak naar toespraken over Maarten’s zaak en over het Nederlandse uitleveringsbeleid in het algemeen. Ook werden er symbolisch enkele (nep)paspoorten verbrand.