____________________________________________________________________
 

In de rechtszaal

 

Een groot deel van de meer dan vijfhonderd tijdens de Eurotop gearresteerde personen werd vrij snel, zonder aanklacht, vrijgelaten. Een deel van hen, niet-Zweden, werd uitgezet naar het land van herkomst. Dit gebeurde onder meer naar Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Engeland en Nederland.

Uiteindelijk werden ruim zestig personen wel veroordeeld voor hun vermeende aandeel in de rellen. Hun rechtzaken waren niet bepaald toonbeelden van objectieve rechtspraak. Hieronder enkele voorbeelden.

 

Sfeer

Er werd door de Zweedse aanklagers geprobeerd een bepaalde sfeer in de rechtbank te creëren. Zo werd voor elke rechtzaak een compilatie-video getoond van alle rellen die tijdens de top plaatsvonden. Dit gebeurde ook wanneer de verdachte hier onmogelijk bij betrokken kon zijn, bijvoorbeeld als hij of zij al gearresteerd was voordat er rellen uitbraken.

Daarnaast werden er standaard straatstenen voor de rechters neergelegd als ‘bewijsmateriaal’, ook al werd verdachte niet verdacht van het gooien van stenen.  

 

Zeer hoge straffen

De straffen die tot nu toe werden uitgedeeld in verband met de Eurotop zijn voor Zweedse begrippen buitensporig hoog, gemiddeld tien maal hoger dan de straffen die voor juni 2001 voor vergelijkbare vergrijpen werden gegeven. Voor de overtreding ‘vålsamt upplopp’ lag dit zelfs zeventien keer hoger. ‘Vålsamt upplopp’ betekent zoveel als ‘gewelddadige rel’. Het enige criterium om hiervoor veroordeeld te worden is het simpelweg aanwezig zijn in de buurt van een rel of opstootjes. Deelname hieraan is dus geen vereiste. Tot nu toe was het zo dat men aanzienlijk geweld moest hebben gepleegd om daar voor veroordeeld te worden. Maar zelfs dan lagen de straffen niet hoger dan enkele weken gevangenisstraf. Personen die naar aanleiding van de Eurotop werden aangeklaagd voor vålsamt  upplopp, ook zeer jonge mensen en zogenaamde ‘first offenders’, kregen te maken met jarenlange gevangenisstraffen.

 

Daarnaast was er een opvallend verschil tussen de straffen voor zogenaamde ‘politieke’ verdachten en ‘niet-politieke’ verdachten. De laatsten kregen voor deelname aan een gewelddadige rel gemiddeld negen maanden gevangenisstraf. Voor personen waarvan bekend was dat ze politiek actief waren was dit gemiddeld eenentwintig maanden. Dit had niks te maken met een verschil in de zwaarte van de overtreding. Bijvoorbeeld:

Twee personen worden beide verdacht van deelname aan een rel. De eerste heeft stenen gegooid, die een agent en een paard hebben getroffen. Ook heeft hij anderen stenen gegeven en geroepen ‘Dood die verdomde zwijnen’. Hij was niet politiek actief en werd veroordeeld tot negen maanden straf. De tweede, actief in een vakbond, gooide een tak en vuilnis. Daarnaast is er een getuige die beweerd dat hij een steen heeft gegooid. Volgens de uitspraak was hij ‘anti-kapitalist’ en hij werd veroordeeld tot vierentwintig maanden cel.

 

Vervalsen en laten verdwijnen van bewijs   

In veel verschillende zaken is er op z’n minst het vermoeden dat politie en justitie met bewijsmateriaal hebben geknoeid, bewijsmateriaal hebben laten verdwijnen of domweg weigeren bewijsmateriaal af te geven. In een aantal zaken is hier echter duidelijk bewijs voor.

 

Het meest schrijnende is de zaak van Hannes Westberg. Hannes Westberg werd tijdens een van de demonstraties door een politieagent in zijn buik geschoten. Toen zijn zaak werd behandeld liet de politie videobeelden zien waaruit zou moeten blijken dat het schieten door een politieagent op Hannes Westberg gerechtvaardigd was. Toen de cameraman, die de beelden maakte die de politie in de rechtzaal vertoonde, deze beelden toevallig in België zag, kwam aan het licht dat er met de beelden geknoeid was. De politie had beelden van gemaskerde personen van een andere tijd en plaats in de film gemonteerd, beelden van politiegeweld uit de film verwijderd en ook leuzen uit een andere demonstratie gebruikt. Uit ongemanipuleerde beelden van de gebeurtenis bleek vervolgens dat Westberg weliswaar op knullige wijze een steen gooide, maar dat er absoluut geen sprake was van, zoals de politie wilde laten geloven, een agressieve menigte die de politie aanviel. Veel maakte het overigens niet uit voor Hannes Westberg, hij werd uiteindelijk veroordeeld tot acht maanden celstraf.

 

Een ander voorbeeld is dat van een twintigjarige jongeman die op grond van verklaringen van een undercover agent werd opgepakt. Volgens de agent had de jongen op een bijeenkomst voorafgaand aan de top anderen opgejut. Hij ‘moedigde anderen op agressieve toon aan om te gaan vechten’ en ‘verklaarde dat er problemen zouden komen als de ‘klote smeris’ hen zou proberen tegen te houden’, aldus de agent. De bijeenkomst (inclusief de undercover agent) werd echter gefilmd. Uit de beelden blijkt dat de verdachte niet gesproken heeft over vechten, nooit termen als ‘klote smeris’ heeft gebruikt en alleen sprak over de plannen van de zogenaamde ‘witte overalls’ om symbolisch en geweldloos te top te bestormen. De agent zal waarschijnlijk worden veroordeeld voor meineed.

 

Nog een voorbeeld. Een jongeman wordt veroordeeld voor het leiding geven aan een rel. Hij zou door middel van armbewegingen anderen hebben gestuurd en opgejut. Zijn advocaat vraagt om beelden van deze gebeurtenis. Hoewel de politie zelf zegt over ongeveer driehonderd uur aan beeldmateriaal te beschikken, beweerd ze van deze gebeurtenis geen enkel videomateriaal te hebben. Nadat de jongen veroordeeld wordt, duikt in een andere zaak echter videomateriaal uit de collectie van de politie op die precies over de betreffende tijd en plaats gaat.  

 

Veroordelen van groepen

In een aantal gevallen zijn groepen personen veroordeeld zonder dat duidelijk is of deze mensen individueel een strafbaar feit gepleegd hebben. Zo volgt een ‘stille’ een groep van zeven Denen die, nadat er rellen zijn uitgebroken, een café in gaan. De agent roept een arrestatie eenheid op, die vervolgens acht personen arresteert. De agent kan niet aangeven wie wat gedaan heeft, maar verklaard dat ze allemaal stenen hebben gegooid. De eigenaresse en een stamgast van de kroeg verklaren echter dat de Denen niet in één groep binnen zijn gekomen, maar in verschillende groepjes. Desondanks worden de zeven wel collectief veroordeeld.

 

Een ander voorbeeld van een groepveroordeling is die van het zogenaamde ‘commandocentrum’. Vanuit een appartement zou een groep leiding hebben gegeven aan de rellen door SMS berichten te sturen aan mensen op straat. Een nogal absurde beschuldiging, het meest radicale of opruiende bericht had als letterlijke tekst: ‘Mensen bereiden zich voor op de verdediging van Hvidfeldska. De politie is met te weinig. Iedereen er heen om zijn kameraden te helpen! Zegt het voort!. De politie valt het appartement binnen en arresteert acht personen. En hoewel het onduidelijk wie wat heeft gedaan (als ze al iets hebben gedaan) worden de acht (nadat ze eerst drie maanden in isolatie hebben gezeten) veroordeeld tot straffen varieerend van zestien tot achtentwintig maanden

 

 

 

Dien maar geen klacht in…

Op een gegeven moment ontraadde de Zweedse Solidariteitsgroep mensen een klacht tegen de politie in te dienen, of op te treden als getuige. Het risico om uit wraak vervolgens te worden aangeklaagd zou te groot zijn. Dit is bij verschillende personen zijn, het geval van Maarten staat niet op zichzelf. Een Noor werd bij de inval in de Schillerska school ernstig mishandeld door een speciale politie-eenheid. Toen hij na lang aarzelen een klacht tegen de politie indiende, kreeg hij prompt een aanklacht aan zijn broek.  

 

Hoge Raad

Uiteindelijk zijn drie zaken bij de Hoge Raad beland. Deze oordeelde kritisch over lagere rechtbanken en besloot tot een aanzienlijke verlaging van de opgelegde straffen. Zo werd een persoon voor zijn aandeel in rellen veroordeeld tot vier maanden straf, in plaats van de eerder opgelegde twintig maanden. Ook de acht personen die het eerdergenoemde ‘commandocentrum’ zouden hebben gerund kregen bijna een halvering van hun straf. Daarnaast was de Hoge Raad van mening dat de rellen geen aanval waren op de EU, maar veel meer een reactie op het politiegeweld en met name op het politieoptreden bij de beide scholen.

Voor de rechtbank van Göteborg was dit overigens geen reden om alle andere zaken waarin mensen al veroordeeld waren, nog een keer te heropenen.