____________________________________________________________________
 

 GP Vrijdag 23 januari 2004

 De aanklager dringt aan op een gevangenisstraf voor Jaldung

 GÖTEBORG: -Zou het eigenlijke doel van Håkan Jaldung iets anders dan repressie kunnen zijn? vroeg de aanklager en drong er op aan dat de voormalige hoofdcommissaris van de politie gevangen gezet zou worden.

 Het pleidooi van de voormalige opperaanklager Hans Lindberg heeft zich tot een vurige toespraak over democratie gevormd.

Hij formuleerde een overkoepelende vraag.

-Zullen wij een politie-staat boven de wetten accepteren?

Of zullen wij een rechtstaat onder de wetten beschermen?

Voordat Lindberg zo ver in zijn pleidooi was gekomen had hij zich in detail grondig verdiept in het bewijsmateriaal en de getuigenverklaringen die voorgelegd waren tijdens de rechtszaak waarin de oppelbevelhebber Håkan Jaldung vervolgd wordt wegens twee gevallen van wederrechtelijke vrijheidsberoving naar aanleiding van de politie-inzet bij het Hvitfeldska gymnasiet op 14 juni 2001, de dag waarop de Eurotop begon.

Het gaat om het besluit om de school in de ochtend te omsingelen en het besluit om iedereen die nog rond 17.00 achterbleef op te pakken.

Het eerste noemt de aanklager ”de opsluiting van 650 personen die met toestemming en legaal in de school verbleven”.

Håkan Jaldung baseerde het besluit op § 23 in de politiewet.

-Hij deed daarmee alsof zijn besluit een gewoon versperringsbesluit was. Maar zodra men het verdere optreden van Håkan Jaldung beter bekijkt begrijpt men dat de versperring niet de doel was, maar de opsluiting, de vrijheidsberoving.

Het motief?

-Om mensen op te sluiten zodat niemand ongewenst zou optreden tijdens het bezoek van president Bush.

-Dat Jaldung zich van de echte grond onthield is een indicatie dat hij er zich volledig bewust van was dat § 23 nooit een vrijheidsberoving zou toelaten.

Als Jaldung de school wilde ontruimen had hij geen container-gevangenis gebouwd, zei Lindberg.

De formele redenen die in het besluit van de versperring aangegeven waren wees Lindberg af, omdat het illegaal is om een gebied te versperren met als reden dat de politie een misdaad op een andere locatie vreesde.

-Denk een kort ogenblik na! zei Lindberg.

-Blijkt het rechtszeker en redelijk dat het hoofdcommissarisen toegestaan zou zijn om mensen op te sluiten, die geen misdaad gepleegd hebben, op basis van het vermoeden dat een aantal van hen ooit in de toekomst misschien een misdaad ergens anders zullen plegen? Nee, dat is vanzelfsprekend onzin, en in strijd met de meest fundamentele principes van rechtszekerheid en legaliteit en men hoeft geen hoofdcommissaris met een juridische opleideing te zijn om dat te begrijpen.

Håkan Jaldung was zich daarvan bewust en het was daarom dat hij de echte grond van het besluit verborg.

-Er is, vind ik, een onaangenaam aandeel van repressie in het handelen van Håkan Jaldung.

Van het besluit om iedereen op te pakken ontkent Jaldung dat hij het genomen heeft. Hij heeft alleen maar inzet-baas Mats Sjöström ondersteund in zijn besluit om iedereen op te pakken.

Met steun van de getuigenverklaringen en aantekeningen van de politie beweerde Lindberg dat Jaldung zonder twijfel het beluit noem. En dat hij inzet-baas Mats Sjöström voor de gek hield door te zeggen dat het besluit door de aanklagers was genomen.

-Waarom zegt Jaldung zoiets? Ja, omdat Sjöström weet dat Jaldung zo een besluit niet zelf mag nemen.

-Hier heeft Håkan Jaldung dus willens en wetens een onware verklaring afgelegd. Hij heeft Mats Sjöström voor de gek gehouden omdat hij op deze manier zijn zin over de massa-arrestatie kon krijgen. Over het moralistische gehalte van dit gedrag mag iedereen zelf oordelen, zei Lindberg.

Lindberg was zo overtuigd dat Jaldung schuldig verklaard zou worden wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving dat hij van zijn eis in tweede instantie van verantwoordelijkheid voor een ambtsmisdrijf afzag.

Andere gevolgen dan een gevangenisstraf vond Lindberg ondenkbaar.

Volgens de wet ligt de straf voor wederrechtelijke vrijheidsberoving tussen de één en tien jaren gevangenis.

De verdediger Lars Schmidt hoopte in zijn pleidooi dat de rechtbank af zou zien van het ”politieke” pleidooi van de aanklager.

En dat de aanklacht ongeldig verklaard wordt.

Volgens Schmidt heeft Jaldung niet de bedoeling gehad om iemand op de school vast te houden.

Hij heeft geen criminele opzet gehad en dacht dat hij wettelijk handelde. De mensen op de school waren niet van hun vrijheid beroofd, want ze kozen zelf om daar te blijven. En Jaldung heeft het besluit over de massa-arrestatie niet genomen.

In laatste instantie verwees Schmidt aan het recht op noodweer dat het noodzakelijk maakte om de school af te sperren omdat de dreiging als zeer ernstig werd beoordeeld.

-Zal Jaldung bestraft worden omdat hij alles mogelijk, binnen de wetgeving, deed om ernstige criminaliteit te voorkomen. Om de vergaderingen tussen de EU en USA en de Eurotop en al de demonstraties door te kunnen laten gaan? Ik bedoel, buitengewone staatsbelangen stonden op het spel. Ik meen ook dat Jaldung de besluiten die van hem als opperbevelhebber vereist waren durfde te nemen, zei Schmidt.

Het vonnis valt op 20 februari om 14 uur.

 

Per Nygren