____________________________________________________________________
 Uitgebreid verslag van Maartens rechtszaak, 23 en 24 september 2004 in Göteborg

 Dag 1 van de rechtszaak tegen Maarten was op 23 september 2004, in een extra beveiligde rechtszaal in Göteborg. De zitting begon om 9.00 uur ’s ochtends.

Allereerst begon aanklager Thomas Ahlstrand met de aanklacht: Maarten wordt er van verdacht op 14 juni 2001, tijdens de omsingeling van de Hvitfeldtska school, boven op de containers een agent met een stok op zijn hoofd te hebben geslagen.Hierna is het de beurt aan de verdediging. Maartens advocaat Stig Centerwall voert namens hem het woord. Hij bevestigd dat Maarten in de school aanwezig was, op de containers stond en mensen geholpen heeft ook op die containers te komen.
Op een gegeven moment werd hem door een agent gesommeerd naar beneden te gaan, op het moment dat Maarten dat wilde doen werd hij in zijn rug geduwd en viel hij naar beneden. Daar gingen enkele agenten op zijn benen en rug zitten, werd zijn hoofd tegen degrond geduwd en werd hij enkele malen geslagen.
Vervolgens is hij gearresteerd en overgebracht naar naar een bus en enige tijd later overgebracht naar het politiebureau. Centerwall benadrukt dat Maarten op de containers geen stok of iets dergelijks in zijn handen heeft gehad en niemand heeft geslagen.

Na deze inleidende schermutselingen komt de aanklager met een opmerkelijke mededeling. Hij beklaagt zich er over dat hij niet alle info heeft gehad. Zo weet hij niet welke video’s de verdediging wil laten zien, hij heeft ze dus ook niet kunnen bekijken, en kent hij de namen van de getuigen niet. Hij meldt dat hij op deze manier de zaak niet echt goed heeft kunnen voorbereiden en komt met de uitsmijter: ‘Dit zou kunnen betekenen dat het Maarten Blok helemaal niet is geweest die de agent heeft geslagen’. Dit zal hij later die ochtend nog een paar keer herhalen.
Vervolgens zegt hij het vreemd te vinden dat Maarten er niet alles aan heeft gedaan om zijn onschuld te bewijzen. Een normaal mens zou in zo’n situatie toch informatie die zijn of haar onschuld aantoont opsturen? Hij begrijpt dan ook niet waarom Maarten niet de video’s en de namen van de getuigen heeft doorgegeven, hiermee min of meer suggererend dat Maarten misschien toch niet zo onschuldig is als hij beweerd.
Hierna gaat hij in op het feit dat Maarten in eerste instantie meteen naar Nederland werd uitgezet en weer is vrijgelaten zonder aanklacht. Volgens Ahlstrand komt dit door het feit dat iedereen die gearresteerd werd binnen de omsingeling aangeklaagd werd voor verstoring van de openbare orde. Omdat dit meer dan 300 personen waren, is besloten iedereen vrij te laten, er was gewoonweg geen tijd om alle zaken te behandelen. Het is in Zweden normaal dat buitenlanders die een niet al te zwaar misdrijf plegen (bijvoorbeeld winkeldiefstal) uitgezet worden zonder aanklacht.
Als Maarten meteen zou zijn aangeklaagd voor het mishandelen van een agent zou hij volgens Ahlstrand zeker niet zijn vrijgelaten. Dat de geslagen agent vervolgens pas een aanklacht indient op 5 september heeft volgens Ahlstrand niks te maken met het feit dat op hetzelfde moment de brief van Maarten aankomt waarin hij de Zweden aanklaagt voor vrijheidsberoving en het schenden van zijn recht op demonstreren. Volgens de aanklager zijn dit complot theoriëen die ver van de werkelijkheid staan.
Vervolgens begint hij nog een keer over het feit dat hij de video’s en namen van de getuigen tot op dit moment niet heeft gezien. Ook zegt hij dat hij Nederland heeft gevraagd om Maarten in Nederland te mogen verhoren, maar dat hij nooit antwoord heeft gehad op deze vraag. (Dit is interessant, want tijdens de processen in Nederland over het toestaan van uitlevering van Maarten aan Zweden, zei de landsadvocaat dat er vanuit Zweden geen verzoek is gekomen om Maarten in Nederland te horen.)
Ahlstrand heeft heeft twee videofilms gezien. Een van de politie zelf, gefilmd op 14 juni 2001 tussen 20.00 en 20.20 uur. Hier staat niks bijzonders op, het was toen nog rustig, de politie is daarom volgens Ahlstrand opgehouden met filmen. Ook op de andere film is volgens Ahlstrand niks te zien dat met Maarten te maken heeft. Hij heeft geen behoefte te films in de rechtszaal te laten zien en accepteert het feit dat er tussen 20.00 en 20.20 uur niks gebeurt is.

Na een korte pauze komt Centerwall met drie films die hij laat zien. Deze films laten vanuit drie verschillende hoeken zien dat Maarten op de containers staat, ongewapend is, rustig en op een gegeven moment door een agent gesommeerd wordt naar beneden te springen. Er gebeurt wel het een ander boven op de containers, maar duidelijk te zien is dat dat een stuk bij Maarten vandaan is.
Vervolgens wijst Centerwall op een aantal zaken uit het dossier. Zo zijn er verschillende foto’s gebruikt tijdens fotoconfrontaties. Ook is er op het arrestatieformulier geen signalement ingevuld. In het algemeen zijn de formulieren slecht, onvolledig en elke keer anders ingevuld, en door veel verschillende personen. Ook wijst de advocaat op het feit dat een van de agenten heeft verklaard dat degene die geslagen zou hebben, halflang haar had. (Maarten had een kaalgeschoren hoofd.)
Daarna gaat hij nog een keer terug naar het uitleveringsformulier. Op dit formulier staat niks over geweld tegen een agent. Er staat dat Maarten uitgezet wordt omdat er werd ‘verwacht’ dat hij iets zou gaan doen, dat hij deel uitmaakte van een groep waarvan werd ‘verwacht’ dat ze misdrijven zouden gaan plegen.

Vervolgens is het tijd voor de eerste getuige, Raymond Jönsson, de agent die met en stok op zin hoofd zou zijn geslagen. Hij verklaard dat hij met een collega op de containers stond, zonder schild of knuppel, om de situatie in te schatten. Hij kwam vervolgens vast te zitten in een net boven op de container en werd daarna met een grote stok op z’n hoofd geslagen. Zijn collega zag dit en kwam hem te hulp. Na een korte worsteling zagen ze kans om de persoon van de container te duwen, aldus Jönsson. Hij heeft niet gezien hoe de persoon eruit zag, maar zegt zeker te weten dat deze later op de grond is aangehouden. Jönsson is later tijdens de EU-top gewond geraakt, en vervolgens op vakantie gegaan. Toen hij in augustus terug op z’n werk kwam is er daar afgesproken dat agenten die iets was overkomen een aanklacht zouden indienen.
Nadat hij de films van de verdediging heeft gezien (waarop o.a. te zien is dat een agent door iemand geduwd wordt, omvalt en vast komt zitten, waarna hij samen met een collega zijn aanvaller naar beneden werkt) verklaard hij dat dat niet de situatie is die hij beschreven heeft, hij is nooit op die plaats geweest.
Omdat Maarten ook op die video te zien is, moet het volgens Jönsson wel op eerder tijdstip zijn gebeurt. Hij blijft er bij dat hij de persoon naar beneden heeft geduwd, dat hij heeft gezien dat die persoon weer naar boven probeerde te klimmen, en dat hij heeft gezien dat de persoon vervolgens werd opgepakt, maar hij kan zich op geen enkele manier herinneren hoe die persoon er uit zag, wat voor kleren deze droeg en wat voor haardracht. Ook nu hij Maarten in de rechtszaal ziet, kan hij niet zegen of het Maarten is geweest of toch iemand anders.
Het verhoor van Centerwall aan Jönsson kan kort samengevat worden: ’Ik weet het niet meer, het is al lang geleden, wat ik toen verklaard heb, daar blijf ik bij, maar verder kan ik me niks meer herinneren’.

Vervolgens is het de beurt aan Maarten. Hij doet op verzoek van de aanklager nog eens zijn verhaal van wat er voor en na zijn arrestatie gebeurt is. De aanklager komt tot de slotsom dat als dit waar is er dus twee mogelijkheden zijn: of de politie liegt of er is sprake van een persoonsverwisseling. Vervolgens vraagt hij Maarten of hij denkt dat hij met iemand anders is verwisselt. Maarten bevestigd dit.

Na een korte pauze is het de beurt aan de collega van Jönsson, Mikael Wallin. Hij is degene die zich samen met Jönsson op de containers bevond op het moment dat het (vermeende) stok-incident plaatsvond. Hij verteld hetzelfde verhaal als zijn collega, en kan zich verder net als Jönsson niet veel meer herinneren van de situatie. Ook hij herkent Maarten in de rechtszaal niet als degene die geslagen zou hebben, maar kan ook niet zeggen dat het Maarten niet geweest is.
Verder verteld hij net als zijn collega dat hij zeker weet dat de persoon die geslagen zou hebben op de grond gearresteerd is. Wallin verklaart dat hij naar een politie-eenheid uit Stockholm geroepen heeft dat de persoon moeten arresteren omdat hij een politieman geslagen heeft, en dat deze eenheid dat ook gedaan heeft.

De volgende twee getuigen die de aanklager oproept zijn twee van de agenten van de hiervoor genoemde groep uit Stockholm. De eerste, Löwinder, heeft daadwerkelijk iemand op de grond gearresteerd. De ander, Jörgen Nilsson, was daar niet bij, maar heeft iets later samen met Löwinder de arrestant naar de arrestantenbus begeleid. Löwinder verklaard opnieuw dat hij zich weinig van de gebeurtenissen kan herinneren. Hij bevestigd dat hij heeft verklaard dat de arrestant volgens hem een witte helm op had. Hij zegt dat het zeker Maarten geweest moet zijn, omdat hij voordat hij hem afleverde bij de bus zijn paspoort heeft gepakt en zijn naam en paspoortnummer heeft opgeschreven op het arrestantenformulier. Het is zijn enige arrestant geweest die dagen, dus moet het Maarten wel geweest zijn. Waarom hij deze verklaring niet heeft ondertekend en geen tijdstip heeft genoteerd kan Löwinder niet verklaren. Hij bevestigd verder de versie van Wallin. Ze werden geroepen vanaf de container dat ze deze persoon moesten arresteren omdat hij een agent zou hebben geslagen, en hebben dat dus gedaan. Wie er precies riep kan Löwinder zich niet meer herinneren.

De tweede agent van de Stockholmse eenheid heeft verder niet veel aan toe te voegen. Hij heeft zoals gezegd alleen iemand naar de bus begeleid, weet niet wie dat geweest is, en kan nu hij Maarten ter plekke ziet bevestigen noch ontkennen dat het hem geweest is. Wel bevestigd hij dat hij in een telefonisch verhoor heeft verklaard dat het om een persoon met halflang haar zou gaan.
Inmiddels is het een uur of vijf ’s middags geworden en wordt de zitting voor deze dag afgesloten.

Aan het einde van de eerste procesdag is de stemming gemengd. Op zichzelf was tijdens de zitting naar voren gekomen dat de aanklager geen sterke zaak had. Echter volgens journalisten en volgers van voorgaande processen werd benadrukt dat vrijspraak zeer onwaarschijnlijk was. De politieagenten hielden zich namelijk bij het verhaal dat Maartens paspoortnummer was opgeschreven en hij daarom wel schuldig zou zijn. De ervaring had geleerd dat de rechtbank hier niet tegenin zou gaan. De tegenstrijdige verklaringen zouden van ondergeschikt belang zijn. Het was aan de verdediging om duidelijk te maken dat het verhaal van de agenten onwaar was.

Bij het nader bestuderen van de videobeelden meende de advocaat het identificatienummer van een van getuigende agenten te kunnen herkennen. Hiermee zou kunnen worden aangetoond dat de agenten onder ede gelogen hadden in de rechtbank tijdens de eerste procesdag. Leden van de steungroep vertrokken daarop naar Kopenhagen om het in alle haast gelokaliseerde originele videomateriaal op te halen. ’s Nachts werden daar nog beelden uitgelicht die het identificatienummer toonden, en deze werden nog voor aanvang van de nieuwe zittingsdag geprint in een lokale drukkerij. Hiermee had de advocaat bewijs in handen dat de agenten op de eerste zittingsdag niet de waarheid spraken toen ze beweerden dat ze niet op de videobeelden van de verdediging te zien waren.

 

De tweede procesdag, 24 september 2004.
De tweede zittingsdag is gereserveerd voor de getuigen van de verdediging.

Stig Centerwall, Maartens advocaat, wil het echter eerst over iets anders hebben. Hij wil nogmaals de laatste film van gisteren laten zien. Hierop was te zien dat een agent boven op de containers wordt geduwd door iemand, valt en vast zit in een net. Samen met een collega weet hij z’n aanvaller vervolgens van de container af te werken. Op de beelden is tevens te zien dat Maarten een flink stuk verderop ook op de container staat, het is dus uitgesloten dat hij degene is die de agent heeft geduwd. Agent Jönsson, degene die beweerd met een stok op zijn hoofd te zijn geslagen, heeft gisteren op de eerste procesdag verklaard dat dit niet over hem gaat, en dat hij nooit op die plek is geweest.
Inmiddels zijn er van de beelden van de aangevallen agent op de video foto’s gemaakt. Centerwall laat deze aan de rechter, de aanklager en Jönsson zien en vraagt hen vooral te letten op het nummer op de politiehelm. Wat blijkt: dit is het nummer van de helm van Jönsson. Hij had zijn helm namelijk ingeleverd als bewijsstuk, en elke agent heeft een eigen individueel nummer. Centerwall stelt dat hier aangetoond is dat het niet Maarten is die de agent heeft aangevallen, maar dat het iemand anders is geweest. Afgezien het feit dat er niet met een stok is geslagen maar dat Jönsson omver is geduwd, is het precies de situatie die Jönsson beschreven heeft.

Na deze beelden en foto’s neemt de aanklager het woord. Hij zegt tegen Jönsson: ‘we hebben nu gezien dat jij het bent op deze beelden, daar hoeven we verder niet meer over te twijfelen. Ben je vaker gevallen en door het net heen gezakt?’. ‘Dat weet ik niet meer.’ ‘Kun je je deze situatie herinneren?’ ‘Ik weet het niet meer, ik weet alleen dat ik met een stok ben geslagen.’ ‘Zou het niet kunnen zijn dat je zelf door alle commotie een verhaal geschapen hebt, en zaken hebt verwisseld?’ ‘Ik weet het allemaal niet meer precies, ik weet alleen dat ik met een stok ben geslagen. Ik blijf bij mijn verklaring van gisteren. Deze situatie moet eerder op de dag zijn gebeurt.’
Ook Centerwall heeft de nodige vragen aan Jönsson. Zo vraagt hij of Jönsson misschien twee keer aangevallen is. Deze kan zich dat niet herinneren. Ook vraagt hij hoe het komt dat Jönsson gisteren verklaarde geen schild en knuppel bij zich te hebben en nu op de beelden opeens wel, is hij dan nog een keer naar beneden geklommen om deze te pakken? Jönsson weet het niet meer, maar zegt dat het zou kunnen, ze waren ruim een half uur op de containers.

Hierna is het de beurt aan de getuigen van de verdediging. De eerste twee waren bij Maarten op het moment dat ze de school verlieten om te proberen over de containers te komen. Ze hebben gezien dat Maarten op de containers stond om mensen naar boven te helpen, ongewapend was en dat er verder niet veel aan hand was en dat hij opeens naar beneden viel. Daar belandde hij op de grond waar hij met veel geweld vastgehouden werd door een aantal agenten. Hierna werden de mensen die daarbij in de buurt stonden weggeduwd door andere agenten en uiteindelijk gearresteerd.

De andere twee getuigen stonden op dat moment buiten de politieomsingeling, maar zagen goed wat er op de containers gebeurde. Een van hen verklaarde dat hij zich Maarten goed herinnerde omdat iedereen die het lukte om van binnen uit op de containers te klimmen er meteen aan de buitenkant afsprong om te ontsnappen. Maarten was de enige die bleef staan om anderen te helpen ook op de containers te komen. De aanklager heeft vooral na het zien van de foto’s de moed een beetje verloren. De duidelijke verklaringen van de getuigen maken de zaak er voor hem niet beter op. Hij heeft dan ook eigenlijk geen vragen aan de getuigen.

Na de lunch is het tijd voor de eis van de aanklager en het slotpleidooi van Stig Centerwall, de advocaat van Maarten. Ahlstrand wijdt eerst nog een tijd uit over van alles en nog wat, komt bijvoorbeeld terug op het feit dat er gesuggereerd is dat Maarten aangeklaagd is omdat hij zelf een klacht heeft ingediend. Dit is onzin volgens Ahlstrand.
Hierna zegt hij dat Maarten in elk geval niet in Zweden hoeft te blijven, dat ook als hij wel veroordeeld wordt hij meteen naar Nederland kan, en dat men daar dan maar moet bekijken of hij ook daadwerkelijk z’n straf moet uitzitten. Hij moet toegeven dat na deze twee dagen niet uit sluiten valt dat er persoonsverwisseling heeft plaatsgevonden. Hij wil dan ook geen eis indienen, en laat de zaak over aan de rechter.

Stig Centerwall wil vooral niet dat de verschillende politiemensen er zo makkelijk van af komen. Hij gelooft er niks van dat met name de twee op de containers zich niks meer kunnen herinneren van de gebeurtenissen. Politieagenten die in zo’n situatie aangevallen worden, of zelfs twee keer zoals zij beweren, kunnen zich dat zeker nog wel herinneren, aldus Centerwall.
Hij komt nog even terug over de verklaring van Jönsson over het schild en de knuppel. Jönsson beweerd dat hij zonder schild en knuppel op de container was toen hij werd aangevallen en met een stok werd geslagen. De beelden waarop we zien dat hij wordt omvergeduwd zouden voor die tijd moeten zijn gemaakt, want daar staat Maarten nog op. Deze redenatie volgend zou dit dus moeten betekenen dat Jönsson nadat hij is omvergeduwd en bekogeld door flessen en stokken van een mensenmenigte die zich inmiddels rond de containers had gevormd, naar beneden is geklommen, z’n schild en knuppel had neergelegd en weer op de containers zijn geklommen. Hier zou Maarten hem dan vervolgens hebben aangevallen. Volledig ongeloofwaardig, aldus Centerwall. Een agent gaat niet zijn bescherming neerleggen als hij net is geslagen om nog wat rond te gaan kijken. Het is duidelijk; er is sprake van persoonsverwisseling en Maarten moet worden vrijgelaten.

Nadat de rechter zich terugtrekt om te bepalen of hij die middag nog uitspraak doet of later, zitten we een half uur later vol spanning weer in de rechtszaal.
De rechter draait er niet lang om heen. Het is duidelijk dat Jönsson is aangevallen en dat Maarten is aangehouden. Het is echter onduidelijk of dat over dezelfde gebeurtenis gaat. Er is mogelijk een vergissing gemaakt en er is grote twijfel of Maarten een agent heeft aangevallen. In ieder geval is niet onomstotelijk vast te stellen dat Maarten schuldig is en daarom moet hij worden vrijgesteld.

Maarten krijgt zijn spullen, moet nog wat formulieren invullen en kan de rechtbank verlaten.
MAARTEN IS VRIJ!!!!!!