____________________________________________________________________
 

Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den HaagAan de Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Bezoekadres
Schedeldoekshaven 100
2511 EX Den Haag
Telefoon (070) 3 70 79 11
Fax (070) 3 70 79 99
www.justitie.nl
Onderdeel
Bureau Internationale Rechtshulp in Strafzaken
Datum
20 augustus 2004
Ons kenmerk
5304003/04
Uw kenmerk
2030418110
Bijlage(n)


1
Onderwerp
Antwoorden op vragen over uitlevering van de Nederlandse anders-globalist Maarten Blok


Hierbij zend ik u de antwoorden op de schriftelijke vragen gesteld door de leden De Wit (SP) en Wolfsen (PvdA) aan de Minister van Justitie inzake de mogelijke uitlevering aan Zweden van een Nederlandse anders-globalist. Deze vragen werden ingezonden op 16 juli 2004.

De Minister van Justitie,


Antwoorden van de Minister van Justitie op de vragen van de leden De Wit (SP) en Wolfsen (PvdA) over de uitlevering aan Zweden van een Nederlandse anders-globalist. (Ingezonden 16 juli 2004, nr. 2030418110)

Vraag 1
Op welke wijze komt u uw toezegging na dat Maarten Blok pas kort voor de zittingsdatum zal worden uitgeleverd aan Zweden?

Antwoord op vraag 1
De Zweedse autoriteiten is gevraagd een datum vast te stellen voor de inhoudelijke behandeling van de zaak van Maarten Blok alvorens over te gaan tot feitelijke uitlevering. De datum werd vastgesteld op 7 september 2004.
In verband met het feit dat betrokkene een kort geding heeft aangespannen tegen zijn uitlevering en vanwege het feit dat de Zweedse autoriteiten aangegeven hebben twee à drie weken nodig te hebben voor de voorbereidingen van de zitting is de datum van 7 september eannuleerd. De Zweedse autoriteiten hebben desgevraagd een nieuwe datum vastgesteld voor de zitting.

Vraag 2
Wat is dan uw reactie op de mening van de Zweedse advocaat van de heer Blok dat er weliswaar een datum is vastgesteld waarop betrokkene moet verschijnen voor de Zweedse rechter (7 september 2004) maar dat dit niet betekent dat de behandeling van de strafzaak dan ook daadwerkelijk begint?


Vraag 3
Op welke wijze gaat u waarborgen dat de heer Blok niet in strijd met uw toezegging voor langere tijd in voorlopige hechtenis in Zweden zal moeten verblijven? Hoe verifieert u dat de genoemde zittingsdatum ook de datum is waarop de zaak ook echt inhoudelijk zal worden behandeld?


Antwoord op vraag 2 en 3
De Zweedse autoriteiten hebben mij desgevraagd verzekerd dat op de doorgegeven datum daadwerkelijk de inhoudelijke behandeling van de strafzaak zal plaatsvinden. Vlak nadat Maarten Blok zal zijn uitgeleverd aan Zweden zal hij voorgeleid worden aan een Zweedse rechter, die beslist of hij in hechtenis dient te worden genomen. Vervolgens heeft de officier van justitie twee weken de tijd om de zitting voor te bereiden, waarna de inhoudelijke behandeling op de vastgestelde datum zal plaatsvinden. De termijn van twee weken kan alleen verlengd worden op verzoek van de officier van justitie of op verzoek van de verdediging. De officier van justitie heeft reeds aangegeven geen gebruik te zullen maken van deze mogelijkheid. Ook is aangegeven dat de rechtbank binnen een week uitspraak zal doen. De duur van de detentie (vanaf het moment van uitlevering tot aan het moment van veroordeling in eerste aanleg) zal derhalve slechts enkele weken zijn, behoudens het eventueel extra tijdsbeslag als gevolg van het optreden van de verdediging.

Vraag 4
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden vóór het moment waarop de uitlevering feitelijk plaatsvindt? Zo neen, wilt u dat dan de Kamer zo spoedig mogelijk laten weten.


Antwoord op vraag 4
Op dit moment heeft de uitlevering van Maarten Blok nog niet plaatsgevonden. Nu de rechter in kort geding heeft beslist dat de uitlevering kan plaatsvinden, zal de feitelijke uitlevering op korte termijn geëffectueerd worden.